De Westminster Geloofsbelijdenis

Kritiek op theologische seminaries

In zijn boek Westminster's Confession - The Abandonment of Van Til's Legacy, geeft Gary North, een zeer scherpe kritiek op de genoegzaamheid van theologische seminaries, met Westminster Theological Seminary als specifiek doelwit, n.a.v. diens publikatie Theonomy: A Reformed Critique.

Hij heeft met name kritiek op de gemiste kansen in de tweede helft van de 60er jaren toen Amerika geschud werd met de komst van de anti-oorlog beweging en een niet eerder vertoonde sociale onrust, waar traditionele theologiën en traditionele kerken geen antwoord op hadden. Het Westen ontplofte cultureel in 1965 en academische instituties kregen een kans te reageren. Weinigen deden dat. ...p.24..

In dat tijdperk van beroering, eisten studenten antwoorden op reële wereld problemen. Dit was het dilemma van de Bijbelgetrouwe kerken in 1965-1970 - een kans die allen mistte: het verschaffen van nieuwe, op de Bijbel gebaseerde antwoorden op de reële wereldzorgen van een mondige, onderzoekende, diep geïllusioneerde generatie.

Westminster Seminarie in het bijzonder, stond voor de keuze (1) te blijven bij Van Til door de onderliggende ethische en justiële funderingen van de humanistische gedachten en cultuur volledig te verwerpen, doch zonder daarbij de Bijbel op te geven, of (2) met Van Til breken en een meer oecumenische apologetisch methode aannemen. Bij Van Til te blijven, zou het lanceren van een frontale aanval hebben betekend op de zogenaamde tegen-cultuur. Doch deze cultuur was in toenemende mate populair bij seminarie studenten.... p. 26

Is accreditatie nodig voor theologische seminaries?

p. 92 p. 190

De behoefte aan antwoorden en een Bijbelse Wereldvisie

p. 93

75 Bijbel vragen,..

Een Christen heeft een systematische wereldvisie nodig. Hij heeft een handboek van de bijbelse wet nodig. Omdat de moderne Kerk gelooft dat "de Bijbel geen tekstboek is over [veel het blanco maar in]." heeft het de wereld niets autoritair te zeggen, behalve de mensen te waarschuwen te wereld te ontvluchten. Zelfs dit is niet mogelijk, sinds geschiedenis een package deal is: je kunt het allen ontvluchten door te sterven. We moeten in de wereld leven. Maar om er in te leven moeten we er of institutionele vrede mee maken als de historisch verslagen knechten van God, of het veranderen teneinde de standaard van Gods Koninkrijk op aarde te manifesteren, inclusief Gods civiele-justitiële standaards. Theonomisten bevelen het laatste aan, alle andere belangrijke Christelijke groepen het eerste.

Er is geen permanente staakt-het-vuren met Satan in de geschiedenis. Er is ook geen neutrale zone tussen Christus en Satan. Dit dwingt ons te kiezen. Als we weigeren te kiezen, worden we evengoed onder Gods negatieve sankties gevracht. De geschiedenis is gebied van besluiten. "Geen besluit" is toch een besluit.

Om bovengenoemde vragen te beantwoorden, heb je een paradigma nodig: een stel intellectuele gereedschappen en standaards die je in staat stellen vragen onder woorden te brengen en tevens de geldige benadering van mogelijke antwoorden. Kortom, je hebt een raamwerk nodig. p. 94

In the final days of October, 1990, the long-predicted book by the faculty of Westminster Theological Seminary finally appeared: Theonomy: A Reformed Critique . In response came Westminster's Confession . It is both a negative and a positive statement. Theonomists believe that "you can't beat something with nothing." It is not enough to demonstrate that someone is wrong; you must also show what is correct.

Cornelius Van Til made this principle the bedrock application of his apologetic method. It was not enough to demonstrate that his opponents' systems of thought were internally inconsistent; he also showed why Christianity is the only logical alternative. But he left an incomplete legacy. He refused to offer an explicitly biblical alternative to the natural law theory that he had refuted. His system created a judicial vacuum.

Into that vacuum have come two rival factions: the political pluralists and the theonomists. The battle is now engaged.

Westminster Seminary's problem for a generation - indeed, Calvinistic American Presbyterianism's problem for two centuries - has been to justify a commitment to modern religious and political pluralism in terms of the Westminster Confession's judicial standards. The faculty has been double-minded on this point: Proclaiming their commitment to Van Til's apologetic method, they have simultaneously denied the idea that the Bible is the bearer of biblical blueprints or judicial frameworks for society. In short, they have abandoned any ideal of a Christian society, i.e., Christendom itself.

This is Westminster Seminary's social and cultural confession - a theologically negative confession, proclaiming in the name of the original Westminster Assembly what society ought not to be, but never daring to suggest what it should be. In contrast, Westminster's Confession offers a positive confession. It offers a biblical alternative. It restores the vision of Christendom. (Harback, 385 pages)