Cultuurmandaat
Dominion ( Heerschappijtheologie) wordt het beste verstaan door eerst te kijken naar de heerschappij welke God, door Jezus Christus, uitoefent in de wereld. Jezus heeft heerschappij omdat hij "de Koning der koningen, en de Heer der Here" is. De Bijbel stelt op talrijke plaatsen dat de heerschappij aan Jezus toebehoort. "Hem nu, die u voor struikelen kan behoeden en onberispelijk doen staan voor zijn heerlijkheid in grote vreugde, de enige God, onze Heiland, zij door Jezus Christus, onze Here, heerschappij, majesteit, kracht en macht vóór alle eeuwigheid, èn nu èn in alle eeuwigheden! Amen. (Judas 24-25). Degenen die vasthouden aan een heer schappij theologie geloven dat Bijbel, wanneer die stelt dat de heerschappij van Jezus is "voor alle eeuwigheid, en nu en altijd." God oefent Zijn heerschappij nu uit. Zijn heerschappij is over alle dingen, in tijd en eeuwigheid.
Omdat Jezus heerschappij heeft, heeft Zijn volk, die met Hem verenigd zijn in het geloof, ook heerschappij.
God heeft de wereld geschapen met een doel: God's heerlijkheid. De intentie waarmee Hij de wereld schiep was voor de manifestatie van zijn glorie.
God schiep de mens in Zijn eigen beeld en gelijkenis (Gen 1:26). Een vitaal aspect van dat beeld is de mens die handelt als heerser over de aarde onder God. God schiep in hem de aanzet om te heersen. God gaf hem het mandaat om orde te scheppen in heel Zijn Schepping. Adam werd opgedragen "Vruchtbaar te zijn, zich te vermenigvuldigen, de aarde te bevolken, en het te overheersen, en te onderwerpen" Gen. 1:28. Cultuur, dat is elke bewerking van de natuur, is niet een toevalige bijkomstigheid van de historische orde.
Ondanks de heerschappij die satan verwierf door de zondeval van de Mens, blijft God's opdracht te heersen aan de mens gericht, en niet aan satan. Na de zondvloed werd dit verbond opnieuw bekrachtigd met Noach (Gen. 9:1-17; vgl. Ps 8; Heb. 2:5-8).
Het mandaat om te heersen zal vervuld worden door de triomf van het evangelie; als het evangelie toenoemt, zal ook de heerschappij van de heiligen toenemen. De twee gaan samen: In Zijn Grote Opdracht, gebood Jezus ons de naties te onderwijzen en tot discipelen te maken, en als de wereld geleidelijk de geboden van God's Woord onderhoudt, zullen de grenzen van het Koninkrijk zich uitbreiden. Uiteindelijk, zal de heerschappij van christenen, door evangelisatie, zo uitgebreid zijn dat de "aarde vol zal zijn van de kennis van God, zoals de wateren de zee bedekken" (Jes 11:9). De wereld zal overvloedig zijn met de zegeningen van Eden wanneer God's Wet in toenemende mate door de bekeerde naties zullen worden gehoorzaamd. (Lev. 26:3-13; Deut. 28:1-14).