Mattheus 24: Jezus rede over de laatste dingen
Hoe verhoudt deze rede over de laatste dingen in Mattheüs 24 zich tot het Boek Openbaring? Zien we daar- en in de parallel teksten in Marcus 13 en Lucas 21 - niet al een parafrase of synopsis van Zijn latere openbaring aan Johannes? En ligt hier niet ook een parallel met de Vier Ruiters uit Openbaring 6? Velen zien in de deze rede wat wij in onze zogenaamde eindtijd te verwachten hebben, rampen die ons zullen treffen, vervolging, de grote verdrukking, de komst van een antichrist en dergelijke.
Degenen die dat denken, gaan echter volledig voorbij aan de tijd en context waarin Jezus dit vertelde, n.a.v. zijn uitval naar de hogepriester, de farizeeën en het volk in het voorafgaande hoofdstuk, plus de vraag die de discipelen Jezus vervolgens stellen, dat zij de tempel verlieten en Jezus aandacht vestigden op de tempelgebouwen, waarop Hij tegen hen zegt: ‘Hebben jullie dat alles goed gezien? Ik verzeker jullie: geen enkele steen zal op de andere blijven, alles zal worden afgebroken!’
Cruciaal voor de uitleg van wat Jezus vertelt, is acht te slaan op de drieledige vraag van de discipelen, dia daaraan voorafgaat:
1) wanneer dat allemaal, dat de stad eenzaam aan haar lot wordt overgelaten, zal gebeuren (24:4-28)
2) aan welk teken ze zijn komst kunnen herkennen en (24:29-35)
3) de voltooiing of voleinding van de wereld [end of the age] kunnen herkennen. (24:26-25:46) [1]
Exegetisch gezien is er namelijk veel voor te zeggen om het antwoord, dat daarop volgt, te zien als een drievoudig antwoord, waarbij 24:4-28 reactie is op de eerste vraag; 24:29-35 op de tweede vraag en 24:56-25:46 op de derde.
De consequentie daarvan is vooral dat de grote verdrukking, - zoals er geen andere meer zal zijn – en waarvan iedereen zich afvraagt wanneer die komt, dan al achter ons ligt, want betrekking heeft op de ‘vindication’ van Jezus uitspraak, dat die tempel nog in die generatie verwoest is, nl. in AD 70.
Immers als Jezus spreekt over de “verwoestende gruwel” waarover gesproken is door de profeet Daniël [9:26], zien staan op de heilige plaats (hagios topos) (lezer, begrijp dit goed), dan is dit nog in het eerste deel van Zijn antwoord. Bovendien als Hij in vers 16 waarschuwt dat iedereen in Judea de bergen in moet vluchten, betreft dat lokale situatie. Het Hebreeuwse woord voor gruwel is in het OT vaak gebruikt voor afgoden en smerige afgodische praktijken, vooral de vijanden van Israël. [NB: Gruwel is hier dus geen ander woord voor antichrist]. De parallel in Lucas 21:20 maakt de betekenis duidelijker: “Wanneer u zult zien dat Jeruzalem door legers omringd wordt, weet dan dat zijn verwoesting nabij is.” De gruwel is dus de gewapende invasie van deze heidense legers in Jeruzalem. Nu waren er daar tijdens de Joodse oorlog meerdere keren dat dit gebeurde. Wanneer u zult zien dat Jeruzalem door legers omringd wordt, weet dan dat zijn verwoesting nabij is.
Om enigszins een gevoel te krijgen bij de omvang of ernst van die Grote Verdrukking wordt vooral verwezen naar De Joodse Oorlog van Flavius Josephus, die daar een minutieus verslag van gaf, dat je niet met droge ogen of kromme tenen kunt lezen. Zo zegt hij bijv. dat de burgeroorlog in het land erger was dan het bloedbad aangericht door de Romeinen zelf. IV: 4:3; V: 1:1,5. Een van de meest verschrikkelijke aspecten van Israëls ellende was de hongernood, die veroorzaakt werd door deze burgeroorlog. Joodse Oorlog V:10,2 [424-428]
Dat zou ook recht doen aan de zin waarmee Openbaring begint, nl. over de dingen die weldra of spoedig moesten gebeuren én de boodschap van Johannes vanuit Patmos ook in eerste instantie gericht is aan de ‘engelen’ van de gemeenten in Klein-Azië. Spoedig is dan niet pas tweeduizend jaar later.
Dit doet ook recht aan het gegeven, dat alle apostelen in de overtuiging waren reeds in hun tijd in de eindtijd (einde van de aion, niet van de kosmos) te leven. Dat impliceert dat de 3,5 jaar van AD 66-70 die de overgang markeert van het oude naar het nieuwe verbond[2].
Dat betekent ook dat we niet als Albert Schweitzer hoeven te twijfelen bij de vraag of Jezus Zelf zich niet vergist heeft, toen hij verklaarde, dat sommige van de mensen die in zijn tijd in de geschiedenis leefden, Hem zouden zien komen in Zijn koninkrijk.
De uitdrukking ‘ZULT KOMEN’ doelt namelijk niet exclusief op de Wederkomst, maar is zoveel vaker uitdrukking van een komen in Oordeel hier van Zijn komst in het Koninkrijk van Zijn Vader, waar Hij zit aan de Rechterhand van de Vader, zoals Daniel voorzag in zijn nachtvisoen in hoofdstuk 7.
Kenneth Gentry interpreteert de Boekrol met de 7 zegels als een echtscheidingsakte (divorce certificate) en de vergelijking van Jeruzalem met Egypte en Sodom als een oordeel. Dat Openbaring 11 de tempel gemeten moet worden, impliceert dat die nog overeind staat en dat het Boek Openbaring dus nog voor AD 70 geschreven moet zijn
Een teken aan de hemel?
Het tweede deel, waarin Jezus antwoord geeft op de vraag aan welk teken ze zijn kunnen herkennen, hebben wij helaas te maken met ongelukkige vertalingen, zoals: Dan zal aan de hemel het teken zichtbaar worden dat de komst van de Mensenzoon aankondigt.
De letterlijk vertaling kan een hoop verwarring wegnemen: dan zal het teken verschijnen: de Mensenzoon in de hemel (not the sky). Het gaat dus niet om een teken in de lucht! Het punt van dit vers 30 is dat deze verschrikkingen (de zgn. Grote Verdrukking) over de verwoesting van Jeruzalem en de tempel, het teken zullen zijn dat Jezus Christus getroond is in de hemel en zit aan de rechterhand van de Vader, heerst over de natiën en oordeelt over Zijn vijanden. Dit wordt ondersteund door Mattheüs 26:63-64 en Daniël 7:13-14.
De verwoesting van de tempel impliceerde het einde van het Joods religieuze systeem. Het volk kon God niet meer naderen in de Tempel met dierenoffers. Er was een nieuwe hogepriester. De Steen die de bouwlieden hadden verworpen, was de Hoeksteen geworden. Dat was het teken dat Jesjoea in Zijn Koninkrijk was gekomen. De troon van David was opgeheven in de hemel. Van daaruit regeert Jezus Christus over Zijn eeuwig koninkrijk. (1 Pet. 3:22).
Dit wordt ondersteund door Mattheüs 26:63-64 en Daniël 7:13-14
Op de wolken van de hemel?
63 De hogepriester zei: ‘Ik bezweer u bij de levende God, zeg ons of u de messias bent, de Zoon van God.’ 64 Jezus antwoordde: ‘U zegt het. Maar ik zeg tegen u allen hier: vanaf nu zult u de Mensenzoon zien zitten aan de rechterhand van de Machtige en hem zien komen op de wolken van de hemel.’
Daniel 7 profetie over de Hemelvaart
13 In mijn nachtelijke visioenen zag ik dat er met de wolken van de hemel iemand kwam die eruitzag als een mens. Hij naderde de oude wijze en werd voor hem geleid. 14 Hem werden macht, eer en het koningschap verleend, en alle volken en naties, welke taal zij ook spraken, dienden hem. Zijn heerschappij was een eeuwige heerschappij die nooit ten einde zou komen, zijn koningschap zou nooit te gronde gaan.
Wat bedoelde Jezus toen hij tegen de hogepriester Kajafas zei, dat hij Hem niet alleen zou zien zitten aan de rechterhand van de Machtige, maar Hem ook zou zien komen op de wolken van de hemel?
Had Jezus zich vergist zoals Albert Schweitzer meende, toen hij de aanzet gaf tot een wat ‘gerealiseerde eschatologie’ is gaan heten? Immers Jezus is nog steeds niet terugkomen. Of is de verklaring eenvoudiger wanneer we rekenschap geven van deze typisch Bijbelse apocalyptische uitdrukking waar het komen van God, ook altijd een komen is in oordeel.
En uitdrukkingen als: de zon verduisterd worden en de maan geen licht meer geven, de sterren zullen uit de hemel vallen en de hemelse machten zullen wankelen, duiden dan altijd op het voorbijgaan van een dynastie of heerschappij die onder het oordeel komt en plaats moet maken voor een nieuwe koning of heerser.
Zo zou tevens in vervulling gaan, wat Jezus zei in Matt. 21:43 toen hij tegen de hogepriesters en de farizeeën zei: het koninkrijk van God zal u worden ontnomen, en gegeven worden aan een volk dat het wel vrucht laat dragen.[1] En in Matth. 23:34b-39:
Jullie zullen sommigen van hen doden, kruisigen zelfs, en anderen in jullie synagogen geselen en van stad tot stad vervolgen. 35 Al het onschuldige bloed dat op aarde is vergoten zal jullie worden aangerekend, vanaf het bloed van Abel, de rechtvaardige, tot het bloed van Zecharja, de zoon van Berechja, die jullie vermoord hebben tussen het heiligdom en het brandofferaltaar. 36 Ik verzeker jullie: op deze generatie zal dit alles neerkomen. 37 Jeruzalem, Jeruzalem, dat de profeten doodt en stenigt wie naar haar toe zijn gestuurd! Hoe vaak heb ik je kinderen niet bijeen willen brengen zoals een hen haar kuikens verzamelt onder haar vleugels, maar jullie hebben het niet gewild. 38 Jullie stad wordt eenzaam aan haar lot overgelaten. 39 Ik verzeker jullie: vanaf nu zullen jullie mij niet meer zien, tot de tijd dat je zult zeggen: “Gezegend hij die komt in de naam van de Heer!”’
De verwoesting van de tempel betekende het einde van een tijdperk en het begin van een nieuw tijdperk: Jezus Christus Nieuwe Wereldorde. Het tijdperk waarvan deze tegen de Samaritaanse vrouw reeds sprak, toen Hij zei: ‘Geloof me,’ zei Jezus, ‘er komt een tijd dat jullie noch op deze berg, noch in Jeruzalem de Vader zullen aanbidden. (Johannes 4:21)
Deze generatie en de les van de vijgenboom
Vers 34 is een sleuteltekst in deze rede van Jezus op de Olijfberg. Het niet onderkennen dat Jezus hier tot zijn tijdgenoten spreekt, heeft verstrekkende gevolgen, zoals we gezien hebben bij Hal Landsey, die in zijn De late grote planeet aarde beweerde dat de vijgeboom die zou bloeien zou duiden op de generatie[2], die getuige was van de oprichting van de staat Israël in 1948 in de verwachting dat 40 jaar na dato, dus in 1988 het oordeel en de wederkomst zou komen, in plaats van AD 70 in de generatie van Jezus zelf!
Deze sleuteltekst impliceert tevens, dat wat Jezus tot dusver verteld heeft, al deze dingen, eveneens slaat op die periode! Al deze dingen, vers 5-14 leiden tot de conclusie dat als de verwoestende gruwel in de tempel zullen zien, de mensen uit Judea moeten vluchten naar de bergen. Jezus maakt hier een toespeling op Daniël 9:26-27, en/of Daniël 11:31 en 12:11 die reeds probeerde en van Jezus komst, die het verbond zou bevestigen en een einde maakt zou aan de offerdienst en dat dit zo resulteren in de ontheiliging en verwoesting van de tempel.
Vergelijk ook Lucas 21:20-22 waar Lucas zegt 20 Wanneer jullie zien dat Jeruzalem door legertroepen omsingeld is, weet dan dat de verwoesting van de stad nabij is. 21 Wie in Judea is moet dan de bergen in vluchten, wie in Jeruzalem is moet er wegtrekken, en wie op het land is moet niet naar de stad gaan, 22 want in die dagen wordt de straf voltrokken, waardoor alles wat geschreven staat in vervulling zal gaan.
De vervulling hiervan vond reeds plaats in AD 68 toen volgens Josephus een leger van Edomieten (Idumeans) de stad belegerde en de Tempel binnendrongen, waar ze 8500 mensen slachtten, inclusief de hogepriester. Josephus noemt dit het begin van de verwoesting van de stad!
Wie het verslag van Josephus verder leest in zijn Joodse oorlog, wat er toen allemaal gebeurde tussen 67 en 70, snapt dat Jezus zegt: zoals er sinds het ontstaan van de wereld tot nu nooit geweest zijn en er ook niet meer zullen komen!
Als dan in het derde deel het over DIE dag gaat, waarvan - Niemand weet wanneer die dag en dat moment zullen aanbreken, ook de hemelse engelen en de Zoon niet, alleen de Vader weet het – dan zeggen Eberle/Trench terecht dat het over de Oordeelsdag gaat, weten ze toch geen verband te leggen met de profetische betekenis van Jom Teroea, waarvan inderdaad geldt dat we die dag niet kennen, want daarvoor zijn we afhankelijk van het waarnemen van de Nieuwe Maan op de eerste dag van de zevende maand, wanneer in de Tempel, gedurende de nachtwake worden gehouden en een bewaker ‘iemand dan als een dief’ plotseling voorbij kwam om te controleren of ze niet waren ingeslapen. Want het de dag en het uur moge onbekend zijn, maar de maand niet.[1]
Klik hier voor een nadere uitleg! En voor een nog uitgebreide verklaring moet je bij deze preterist study archive zijn! Inderdaad: Jesus Predicted a First-Century Return, maar hoe dat te verstaan?
[1] Dit inzicht vormt de basis van het boek Signs in the Heavens, A Jewish Messianic Perspective of the Last Days & Coming Millennium, geschreven door Avi Ben Mordechai in [1995] 1997 met het oog op de verwachting van het ingaan van het 70e Jubileum, 40 jaar na de herovering van Jeruzalem in 1967 en zijn verwachting dat het Joodse jaar 6001 in 1999 zou ingaan. Wie zijn website nu leest, vraagt zicht af of hij nog wel achter zijn boek staat.
[1] Victorius Escahtology, Harold R. Eberle & Martin Trench, hoofdstuk 1, blz.7-76
[2] Acts 2:17;36 Heb. 9:26; Heb. 1:1–2; James 5:3, 8–9; 1 Peter 1:20; 1 Peter 4:7