Herman is de bedenker van de Wijsbegeerte der wetsidee. Voor een korte biografie en introductie tot zijn denken, zie een artikelvan Rene Woudenburg over hem op de website van de Stichting van de Reformatorische Wijsbegeerte. Voor uitvoerige informatie zie The Dooyeweerd Centre for Christian Philosophy
Van Til's filosofie is nauw verwant aan die van Dooyeweerd, doch verschilt nog op een aantal belangrijke punten.
Voor een preliminary critique op deze Amsterdamse filosofie zie dit artikel van John M. Frame.
Van Til bekritiseerde Dooyeweerd, omdat hij niet antithetisch genoeg was met betrekking tot het niet-christelijk denken. Dooyeweerd schreef drie delen over een transcendentale kritiek: [Bron: http://www.isi.salford.ac.uk/dooy/critiques.html]
Account for abstraction
Dooyeweerd's answer was that the analytic aspect 'opposes' other aspects to bring this about.
Account for synthesis between the analytic and other aspect, to form a theoretical concept.
Account for critical self-reflection
Dooyeweerd vond dat de tegenstelling tussen christelijk en niet-christelijk denken in de derde fase tot stand komt. Van Til stelde dat het in alle stadia voorkomt. Een beschrijving van dit debat is te vinden in Choi's proefschrift
Van Til is van mening dat er een complete hiaat is tussen christelijke en niet-christelijke denken, en zelfs de analytische processen van abstractie zijn vervormd in niet-christelijk denken. Als we theoretiseren om multi-aspect te zijn, dan wordt het beïnvloed door onze pistische toewijding, en Van Til heeft misschien gelijk. Maar als we alleen het analytische aspect van onze theoretisering beschouwen, dan wordt het niet zo gedomineerd door pistische toewijding en kan Dooyeweerd gelijk hebben. Echter, deze kritiek van de positie van Dooyeweerd lijkt alleen relevant voor christelijke denkers die willen een volledig hiaat tussen hun manier van denken en wat ze klonteren samen tot niet-christelijke manier van denken te vinden te zijn.
Bruce Wearne, in een e-mail op ThinkNet 20 april 2005, Besproken Van Til bedenkingen over Dooyeweerd 'tweede manier om een transcendentale kritiek', die niet kan worden genegeerd als onderdeel van de historische erfenis van de ontvangst van het denken Dooyeweerd. Wat is het voor de vertaling van de WdW? En dus toen NCTT met zijn 'tweede weg' verscheen, merkte Van Til dat hij betrapt werd in cognitieve dissonantie.
bespreking Vander Stelt in de Wijsbegeerte en de Schrift (1978 p.269) geeft aan heeft Van Til bedenkingen over Dooyeweerd werden een of andere manier in zijn tweede gedachten over G C Berkouwer en Abraham Kuyper ook. Toch is de 'tweede manier' Lijkt anders dan wat Van Til had van begrepen als Calvinistische filosofie Toen hij de Wet der Wijsbegeerte terug in de jaren 1930 had gelezen te zijn geweest en het lijkt erop dat hij wat er zich niet bewust van dit toen hij schreef zijn WTJ herziening van NC in de 1955 Later ontstond er bezorgdheid over de theoretische analyse van Dooyeweerd die 'off the rails' ging. Dooyeweerd in NCTT suggereert dat de transcendentale kritiek verfijnd moest worden door het lezen van zijn filosofie om een dogmatisch anti-dogmatisme te bevorderen.
Dooyeweerd schreef in 1949 dat BW van mening was dat Dooyeweerd de kritieken van Van Til had beantwoord voordat ze zelfs maar verschenen