U gebruikt een verouderde browser. Wij raden u aan een upgrade van uw browser uit te voeren naar de meest recente versie.

Abraham Kuyper

Soevereiniteit in eigen Kring

Vele van deze leringen, in het bijzonder het idee dat het christendom van toepassing is op elk gebied van het leven, vonden een 'briljante' tolk in de theoloog en staatsman Abraham Kuyper, (1837-1920) die in de V.S. bekendheid verwierf met zijn "Stone Lectures on Calvinism" (1898) aan de Princeton Theological Seminary, waarin hij zijn these ontwikkelde dat calvinisme meer was dan een systeem van doctrines, nl. een georganiseerde wereld en levensvisie. "Zoals Abraham Kuyper zei, er is niet een centimeter in de schepping, waarvan Christus niet zegt 'Mijn'."

Na het behalen van zijn doctor's graad in de theologie aan de Universiteit van Leiden in 1862, was hij achtereenvolgens dominee in Beesd, Utrecht en Amsterdam. Tijdens zijn pastoraat in Amsterdam, redigeerde hij ook de Trouw en raakte in toenemende matte betrokken bij de politiek. Samen met een groep van politiek actieve christenen, hielp Kuyper met het organiseren en versterken van de Anti-Revolutioanire Partij, welke een paar jaar eerder was opgericht door Guiillaume Groen van Prinsterer. Kuyper werd verkozen tot het Nederlandse Parlement in 1873 en klom uiteindelijk op tot de positie van Minister President (1901-1905). Ondertussen, redigeerde hij een politiek tijdschrift en schreef commentaren welke een aantal bereikte van meer dan 16,000. Hij besteedde veel van zijn energie aan de stichting van de Vrije Universiteit van Amsterdam, waar hij verschillende disciplines onderwees. Hij toonde hoe de principes van het Calvinisme uitgewerkt konden worden in de kerk, in de politiek, wetenschap, en kunst en hij beweerde met klem dat alleen het Calvinisme een tegengif kon bieden aan het modernisme. Gary DeMar stelt dat voor hem "Het lezen van Kuyper was als het lezen van een reparatiehandboek dat geheel diagnose was en weinig of geen instructie over hoe het probleem op te lossen. Er worden brede principes uiteengezet, maar een specifieke bijbelse wereldvisie ontbreekt. Er is weinig dat duidelijk bijbels is in zijn culturele positie. Kuyper, samen met Herman Dooyeweerd (1894-1977), is het best bekend om het concept van sfeer soevereiniteit en wat nu beschreven wordt als principieel pluralisme.

De pluralist Gary Scott Smith schrijft:

Deze positie is gebaseerd op verscheidene belangrijke grondstellingen. God bouwde basis structuren of instituties in de wereld, waarvan elk aparte autoriteit en verantwoordelijkheden heeft. Hij vestigt staat, school, maatschappij, werkplaats, kerk, huwelijk, en gezin om verschillende rollen in de wereld te vervullen, en Hij menselijke wezens als functionarissen te dienen in de verschillende levenssferen.

Welke standaard moeten deze functionarissen gebruiken in het besturen van deze verschillende sferen? Dit is de essentie van het debat. Reconstructionisten zijn het eens met Kuyperiaanse expressie van de principiële pluralisten van een Calvinistische wereld- en levensbeschouwing dat christenen betrokken moeten zijn. Het verschil is over hoe we betrokken moeten zijn en welke standaard we moeten gebruiken als basis van een uitgewerkte sociale theorie. De christelijke advocaten van Kuypers model beweren dat "een bijbelse visie op de burgerlijke overheid moet rusten...op algemene principes in de Schrift onderwezen" De nadruk is op "algemene principes" en niet op "geïsoleerde bewijsteksten." Op grond van deze "goddelijke normen," zullen de mensen "vrede, recht en volle gerechtigheid ervaren."

Maar hoe precies moeten christenen recht en gerechtigheid definiëren? Is het juist en recht burgers te belasten om de algemene eis van van recht en gerechtigheid te vervullen, bijv,. in het zorgen voor de armen en het onderwijzen van de mensen door een door de staat gecontroleerd educatief systeem, omdat het gefinancierd wordt door de staat? Liberalen en conservatieven omhelzen recht en gerechtigheid. Wiens correctie is correct? Welke oplossing moeten christenen volgen als de pluralist correct is als hij stelt dat we geen beroep op de Bijbel kunnen doen voor bijzonderheden, sinds het "onkruid" getolereerd moet worden tot de "laatste oogst"? Volgens welke standaard worden christenen door God verwacht over deze zaken te beslissen? Door zijn gebrek aan een specifieke en absolute bijbelse ethiek buiten de grenzen van het kerkelijk hof, werd Kuyper's sfeer soevereiniteit tot zijn logische conclusie getrokken in eigen Amsterdam, de pornografie en drugs hoofdstad van Europa. Dit is natuurlijk niet wat Kuyper bedoeld heeft, maar het is het logische gevolg van zijn algemene-genade systeem: geen bijbelse burgerlijke wet. Zijn systeem was als een vliegtuig zonder vleugels.

Kuypers ideeën vormden de basis voor Henry Van Til's The Calvinistic Concept of Culture, 1959 en was een van de inspiraties achter het apologetische werk van Cornelis van Til, de 'patron philosopher' met zijn presuppositionalisme, welke tevens de basis vormt voor de filosofische basispositie van de reconstructionisten.

Henry Van Til geloofde, samen met Augustinus, Calvijn, Kuyper, en Klaas Schilder - christelijke geleerden wiens visies op predestinatie worden uitgelegd in zijn boek - dat het bouwen van een Christelijke cultuur een Christelijke vereiste is. Reconstructionisten zijn het hiermee eens. Van Til bekritiseerde de Barthianen voor hun verwerping van een christelijke cultuur. Hij schreef: "Voor hen is er niet een vorm van sociale, politieke, economische orde dat meer in de geest van het Evangelie is dan een andere." (p. 44) Doch ook bij Henry Van Til is er een grove deficiëntie: Er zijn weinig specifieke gegevens en nog minder verwijzingen naar de Bijbel over hoe het precies van toepassing is op de cultuur. Hoewel hij een paar stappen verder was dan Kuyper.

Een belangrijk verschil met Kuyper en Cornelius Van Til en de reconstructionisten is dat de eersten a-chiliasten zijn. Zij geloofden niet werkelijk dat christelijke pogingen tot hervorming succesvol konden zijn, met als gevolg dat het christendom niet meer beschouwd wordt als levensvatbare optie voor de Nederlandse samenleving. Als we bedenken dat Amsterdam een belangrijk Europees centrum voor drugs en pornografie geworden is, beginnen we beter te begrijpen dat ideeën consequenties hebben.

Dit kort historisch overzicht helpt de CR's in een historisch perspectief te plaatsen en toont dat hun ideeën een rijke en brede achtergrond hebben in de Reformatorische kerken.

John Murray, vgl. m.n. zijn commentaar op Romeinen

P.J. Hoedemaker

Een van de controversiële geschilpunten tussen Kuyper en Hoedemaker was de vraag of de staat de staat de Kerk kan erkennen als kerk; m.a.w. of de kerk als zodanig een publiek juridisch instituut is. Hoedemaker beantwoorde deze vraag bevestigend. Toen hij bemerkte dat de staat slechts drie soorten van wettelijke lichamen erkent - verenigingen, stichtingen, en maatschappijen - vond hij hieronder geen categorie voor de kerk.

Hij wilde dat Kuyper een stap verder ging, door te zeggen dat de staat het feit erkennen moet dat God de Kerk gevormd heeft. Zij bestaat zoals Kuyper erkende jure divino (bij goddelijk recht). Het criterium om te bepalen of een staat christelijk is is dit: verleent de overheid en de grondwet van de staat een publiek-rechtelijke bestaansgrond aan de Kerk als openbaring van het Lichaam van Christus. Hoedemaker vond dat het onthouden van de kerk van zijn publiekelijk juridische status een ontkenning van Christus door de regering inhield.

Cookie-beleid

Deze site maakt gebruik van cookies om informatie op uw computer op te slaan.

Gaat u akkoord?